Universiteiten en seksueel grensoverschrijdend gedrag : nood aan ondersteuning en preventie

'Het probleem is er, en het gaat niet weg door er niet over te praten' KU Leuven zet in op ondersteuning van slachtoffers, maar nog niet op preventie

Een grondig beleid rond grensoverschrijdend gedrag steunt op twee pijlers: preventie en gepaste hulp voor de betrokkenen. Universiteiten in Europa zijn echter nog maar net wakker aan het worden.

Toelaatbare liefdeEen universiteit is een context waarbinnen specifieke factoren bijdragen tot seksueel grensoverschrijdend gedrag. Universiteiten en de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag zijn niet altijd de beste maatjes. In november schreef Veto nog hoe de universiteit berichtte over klachten van ongepast gedrag, terwijl er in werkelijkheid wel sprake was van een klacht van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De berichtgeving focuste zich ook op een draaiboek dat ‘in een viertal weken’ af zou zijn. Vier maanden later, in begin maart, verscheen het draaiboek, samen met een gloednieuw meldpunt seksueel grensoverschrijdend gedrag. Via dit meldpunt kunnen studenten voortaan terecht bij een vertrouwenspersoon. Zo komt de universiteit tegemoet aan de nood voor opvang van de slachtoffers. Preventie blijft echter een hiaat.


De eerste stap: gehoord worden

Ondersteuning van slachtoffers is noodzakelijk. Slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben namelijk verhoogde kansen op psychologische problemen en klachten. Uit het onderzoek van professor Barbara Krahé, verbonden aan de faculteit Psychologie aan de universiteit van Potsdam, blijkt dit ook: ‘We hebben de studenten gedurende drie jaar opgevolgd die initieel aangaven slachtoffer te zijn geweest van seksueel geweld’, vertelt Krahé. ‘We zien dat zij een jaar later reeds hogere kansen hebben op een depressie en op een opvallend laag zelfbeeld.’

Met de vertrouwenspersoon wordt de optie tot ondersteuning nu duidelijk geboden. Ervoor konden studenten ook reeds in het Studentengezondheidscentrum terecht voor grensoverschrijdend gedrag, maar dat werd minder gecommuniceerd als een plek om je ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag te delen. Dat dat nu veranderd is, is een stap in de goede richting.

‘Je moet aan slachtoffers vragen wat er gebeurd is’, vertelt professor Krahé. Het moet echt duidelijk zijn dat er een plaats is waar ze erover kunnen praten, en de zekerheid dat er iemand gaat luisteren. ‘Anders is de drempel te hoog’, stelt ze.

Een van de getuigen vertelde dat hulp zoeken na seksueel geweld werkelijk van levensbelang is. ‘In het begin stond ik heel cynisch tegenover naar een psycholoog gaan. Ik dacht: wat kunnen die doen? Uiteindelijk zou ik niet weten waar ik zou staan, had ik dat niet gedaan.’

‘Mijn bedoeling is dat elke klacht daarom ernstig genomen wordt’, vertelt Kathleen Vleugels, de vertrouwenspersoon aan de KU Leuven. ‘Ik oordeel niet, maar probeer vooral te luisteren en ondersteuning te bieden.’

Foto VETO KULeuven

‘Op een gegeven moment wil je ook gewoon iemand die zegt: ‘Wat jou is overkomen kan niet door de beugel, de dader komt hier niet zomaar mee weg'   Een studente

Heidi Mertens, hoofd van de dienst Diversiteit aan de KU Leuven en tevens contactpersoon bij het nieuwe meldpunt, beaamt dit. Mertens verklaart de aanpak: ‘We merkten in het verleden dat veel slachtoffers de gebeurtenis objectief gaan bekijken. Dat ze denken dat een bepaalde handeling niet ernstig genoeg zou zijn. Wij willen het signaal geven dat alles er niet toe doet. Als het jouw subjectieve beleving is dat je je ergens niet goed bij voelde, neem dan contact op.’

Verdere stappen

Dat de vertrouwenspersoon niet oordeelt, heeft zeker voordelen, maar uiteraard hebben slachtoffers soms net nood aan de erkenning dat wat er gebeurd is daadwerkelijk ‘veroordeelbaar’ is. Een getuige vertelt dat ze daarom niet naar het meldpunt zou stappen: ‘Op een gegeven moment wil je ook gewoon iemand die zegt ‘wat jou is overkomen kan niet door de beugel, de dader komt hier niet zomaar mee weg.’ Dit kan enkel gebeuren door ofwel binnen de universiteit een formele klacht in te dienen, of naar de politie te stappen.

Wie bij de politie een klacht wil indienen, wordt door de vertrouwenspersoon geholpen en verder ook doorverwezen naar slachtofferhulp. ‘Samen overloop ik dan het proces dat de student kan verwachten’, vertelt Vleugels. ‘Als het gaat over een duidelijke verkrachting of aanranding zal ik ook altijd sterk aanraden om naar de politie te stappen.’

Wie verdere stappen wil zetten binnen de interne universitaire context, kan ervoor kiezen om een formele klacht neer te leggen. Deze formele klacht moet worden ingediend bij de (momenteel mannelijke) vicerector Studentenbeleid.

Meerdere getuigen stellen dat deze drempel te hoog is. Een getuige, die vertelt dat ze een formele klacht heeft ingediend, vertelt: ‘Op een bepaald moment kom ik aan op zo'n gesprek, en zitten daar twee mannen. Kun je daar op zo'n momenten geen vrouw zetten?’

Huidig vicerector Studentenbeleid Rik Gosselink geeft toe dat het een grote stap is om een klacht neer te leggen: ‘Ik denk echter wel dat er vanuit de omgeving en het vertrouwensnetwerk voldoende hulp komt om een persoon te helpen een klacht te formuleren en die stap te zetten.’

Het belang van erkenning

Erkenning van de dader is erg belangrijk voor slachtoffers. Meerdere getuigen gaven aan dat ze hun partner niet durfden te confronteren met de feiten, uit angst om weggelachen te worden.

Soms vragen studenten ook zelf aan de vertrouwenspersoon om de andere persoon uit te nodigen. Afhankelijk van de situatie spreekt zij dan met die student apart, of allebei samen. ‘Daar proberen we de situatie eigenlijk vanuit de andere persoon zijn kant te bekijken.’ Wanneer de andere persoon erkenning of spijt toont, kan dit voldoende zijn voor de student in kwestie. 'We gaan er namelijk van uit dat mensen niet steeds intentioneel over andere hun grenzen gaan, en dat we mensen kunnen helpen zicht te krijgen op het effect dat ze op andere hebben.'

'Universiteiten in heel Vlaanderen hebben inderdaad heel lang de ogen gesloten gehouden. Ze zijn er schromelijk laat mee'  Liesbeth Kennes, medewerker bij het CAW Oost-Brabant

Toch blijft het meldpunt van seksueel grensoverschrijdend gedrag een plek waar slachtoffers aan komen kloppen, en niet daders. Een van de getuigen stelde beslist: ‘Ik geloof oprecht dat het minder erg is om te ontdekken dat je een slachtoffer kan zijn, dan dat je een dader kunt zijn. En dat houdt me recht.’

Maar waar kan je dan als dader terecht? Een van de getuigen vertelde dat de persoon die haar verkracht had, ook hulp wou gaan zoeken hiervoor, maar dat dat niet zo gemakkelijk was. ‘Hij vertelde later dat hij het gevoel had dat ze vooral met hem meepraatten in plaats van hem te confronteren. Ze waren niet echt voorbereid op situaties waarin iemand zo’n verhaal komt vertellen.’ Ondersteuning van daders, zowel voor psychologische begeleiding als om herhaling te voorkomen, blijft maatschappijbreed op de achtergrond.

Ontluikend bewustzijn

Maar naast ondersteuning is er nog iets anders zeer belangrijk, namelijk preventie. Momenteel wordt er hoofdzakelijk achteraf geholpen, maar daardoor los je uiteraard de grotere problematiek niet op. ‘Het probleem is er, en het gaat niet weg door en niet over te praten’, stelt professor Krahé.

‘Universiteiten in Europa zijn nog maar net aan het wakker worden’, vervolgt de professor. In tegenstelling tot de universiteiten in de Verenigde Staten, waar zelfs voormalig president Obama veel aandacht aan universiteitsgebonden seksueel geweld gaf, is er hier slechts een beperkt bewustzijn.

Liesbeth Kennes, medewerker bij het CAW Oost-Brabant, stemt in: ‘Universiteiten in heel Vlaanderen hebben inderdaad heel lang de ogen gesloten gehouden. Ze zijn er schromelijk laat mee.’

'Er is inderdaad een tekort aan visie rond preventieve werking' Kathleen Vleugels, vertrouwenspersoon KU Leuven

Dit kan deels verklaren waarom er nog geen bredere initiatieven rond sensibilisering en bewustmaking zijn geweest aan de KU Leuven. Naast de recente en korte actie van de Leuvense Studentenkring (LOKO) blijft het stil. Bij deze campagne lag de focus vooral op ‘zachtere’ vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder studenten.

Zowel de ‘zwaardere’ gevallen als de situaties student-personeel en personeel-personeel bleven in de schaduw. In het draaiboek wordt ook niets vermeld over een sensibiliseringsactie die vanuit de universiteit zelf gestuurd wordt, bijvoorbeeld naar mogelijke daders toe.

Kathleen Vleugels erkent de leemte: ‘Het is inderdaad zo dat er een tekort is aan visie rond preventieve werking. Nu het meldpunt en draaiboek operatief zijn, willen we hier meer op inzetten. We beseffen zeker wel dat het een deel is van het werk dat ons nog te doen staat.’

Ook stopt preventieve werking niet bij een enkele sensibiliseringscampagne van pakweg een week en enkele posters. ‘Ook op andere niveaus, zoals binnen studentenorganisaties, moet goed beleid worden gevoerd en sensibiliseringsacties worden ondernomen’, vertelt Kennes. ‘Er is verantwoordelijkheid van iedereen, op elk niveau.’

Bronnen

http://www.veto.be/artikel/het-probleem-is-er-en-het-gaat-niet-weg-door-er-niet-over-te-praten