Overeenkomst preventie seksueel grensoverschrijdend gedrag sport medewerkers

Meer info klik hier

Gebruik bij voorkeur Chrome of Internet Explorer om te kunnen uitprinten. Het uitprinten van de online versie werkt niet bij alle browsers/responsive mobiele apparaten. Druk dan de contracten af in Word of PDF en vul ze op die manier in.

Download de overeenkomst inzake gedragsregels ter preventie van seksuele intimidatie in de sport  Word formaat: klik hier

Download de overeenkomst inzake gedragsregels ter preventie van seksuele intimidatie in de sport in PDF formaat: klik hier

Let op : deze overeenkomst is een modelovereenkomst en heeft geen juridische waarde!

Overeenkomst inzake gedragsregels ter preventie van seksuele intimidatie in de sport 

Sportbegeleiders moeten minderjarigen een omgeving aanbieden waarin ze leren omgaan met elkaar en zich kunnen ontplooien. Kinderen en jongeren ontwikkelen zich immers ook op seksueel vlak en als volwassenen wordt geacht ervoor te zorgen dat ze dat op een gezonde manier kunnen doen. Dit is eerst en vooral aan de kinderen en jongeren verplicht, omdat hun welzijn elk ander belang overstijgt. Verder is het ook verplicht aan de ouders, die hun kroost aan de zorgen van de sportbegeleider toevertrouwen. Ook als sportclub is men aan de eigen status verplicht dat alles in het werk wordt gesteld om de lichamelijke en seksuele integriteit van de jonge sporters te beschermen. Op die manier kunnen sportclubs veilige, gezonde havens zijn voor de volwassenen van morgen.

Ook bij de begeleiding van meerderjarige sporters moet de begeleider er voor waken de seksuele integriteit en intimiteit van de sporter te respecteren en gepaste maatregelen te nemen zodat seksueel grensoverschrijdend gedrag noch van de kant van de sportbegeleider, noch tussen de sporters onderling mogelijk is.

Vaak  wordt  gesuggereerd  dat  iedereen  wel  weet  wat  hoort  en  wat  niet.  Toch  blijkt  de  grens  tussen  “normale” omgangsvormen en grensoverschrijdend gedrag niet altijd even duidelijk te zijn. Onder seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt verstaan:  ”Elke vorm van seksueel (getint) gedrag ten aanzien van een kind of jongere, in verbale, non-verbale of fysieke vorm,  waarbij  aan  één  van  de  volgende  criteria  niet  is  voldaan:  wederzijdse  toestemming,  vrijwilligheid, gelijkwaardigheid, leeftijds-of ontwikkelingsadequaat, contextadequaat en zelfrespect.”

Seksueel grensoverschrijdend gedrag is niet altijd gemakkelijk te onderscheiden van  aanvaardbaar gedrag. Zeker in  de sportcontext, waar lichamelijke aanrakingen   vanzelfsprekend zijn, is specifieke aandacht aangewezen.

1. De begeleider zorgt voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt (om te bewegen).

De sporter moet als mens worden gerespecteerd. Er mag geen onderscheid worden gemaakt naar of nadruk worden gelegd op godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, leeftijd, lichamelijke kenmerken of burgerlijke staat. Dat betekent dat de sporter zich zowel tijdens het sporten maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de kleedruimtes, veilig moet voelen en het gevoel moet hebben dat hij zich - letterlijk - vrij kan bewegen.

2. De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.

Hierbij gaat het erom dat de begeleider niet onnodig binnendringt in het privé-leven van de sporter, bijvoorbeeld door er vragen over te stellen, afspraken te maken, contact op te nemen enzovoort.


3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van seksueel (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.

De begeleider mag zijn specifieke situatie en relatie niet gebruiken voor doeleinden ten eigen nutte die in strijd zijn met zijn verantwoordelijkheid voor de sporter of die de grenzen van de relatie overschrijden.

Grensoverschrijdend kan bijvoorbeeld zijn:

  • bevrediging van eigen seksuele en/of agressieve verlangens;
    een seksueel/erotisch geladen sfeer scheppen;
  • de sporter op een niet-functionele wijze bekijken, waarbij de ogen gericht zijn op de geslachtskenmerken;
  • met seksueel gedrag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de sporter;
  • vormen van aanranding;
  • exhibitioneren.


In de (professionele) relatie met de sporter kunnen bij beide gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen, begeleiden en dergelijke. Deze gevoelens kunnen bijvoorbeeld zijn: verliefdheid, afkeer of agressie.

Beide partijen moeten alert zijn op deze gevoelens. De begeleider moet - zelfs als de sporter dat verlangt of daartoe uitnodigt - dan ook niet metterdaad ingaan op seksuele en/of al dan niet agressieve toenaderingspogingen, dan wel dergelijke toenaderingspogingen zelf ondernemen. Seksuele handelingen en (geforceerde) seksuele relaties tussen begeleider en sporter worden zeer sterk afgeraden.

Door partijen moeten zo snel mogelijk maatregelen worden genomen om te voorkomen dat deze 'relatie' zich in welke vorm dan ook ontwikkelt. Hierbij kan gedacht worden aan verbreking van één van de twee verhoudingen: de seksuele relatie of de begeleidingsrelatie.

4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

Tussen volwassenen en jeugdigen is sprake van een natuurlijk overwicht. Het natuurlijke overwicht van de 'dader' en angst voor de gevolgen maken het vele malen moeilijker om hem 'lik op stuk' te geven bij ongewenst gedrag.

Al dan niet jeugdige sporters die op het moment zelf wel positief staan tegenover seksueel contact, bijvoorbeeld omdat zij verliefd zijn op de begeleider, realiseren zich vaak pas achteraf dat bij het gebeurde vele vraagtekens zijn te plaatsen. Veelal blijkt dan dat hun eventuele instemming op dat moment niet 'echt' was.

5. De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

Uitgangspunt is dat de sporter het als seksueel intimiderend ervaart. Dit kan bijvoorbeeld zijn:

  • bij begroeten of afscheid nemen te lang de hand vasthouden;
  • iemand naar je toe trekken om te kussen;
  • zich tegen de sporter aandrukken;
  • andere ongewenste aanrakingen.


De begeleider dient ervoor te zorgen dat daar waar lichamelijk contact noodzakelijk en functioneel is voor de sportbeoefening, dit contact of deze aanrakingen nooit verkeerd - in de zin van seksueel intimiderend - kan worden geïnterpreteerd.

De begeleider raakt minderjarige sporters niet vaker aan dan nodig is. Hij beperkt zich tot functionele aanrakingen om sportieve instructies te geven, of om emotie en medeleven te tonen (vreugde, troost, bemoediging,...), binnen de mate van wat welvoeglijk en in een bepaalde sport gangbaar is.

De begeleider kondigt functionele aanrakingen (die met sportieve instructies te maken hebben) kort aan en geeft de jonge sporter een ogenblik de gelegenheid om zich eventueel te verzetten. Dat verzet kan worden aangegeven via woorden of lichaamstaal. Hij kondigt met name nieuwe of onverwachte aanrakingen aan. Bekende, aanvaarde functionele aanrakingen hoeven niet telkens opnieuw te worden aangekondigd.

 

  • Hij vermijdt te allen tijde aanraking van de schaamstreek en vermijd ook zoveel mogelijk aanraking van de borsten en andere beladen of gevoelige zones zoals het achterwerk, het gezicht, de haren, binnenkant dijen,...
  • Hij vermijdt alle aanrakingen, gebaren, opmerkingen of daden die verkeerd kunnen worden begrepen omdat ze dubbelzinnig, amoureus of seksueel getint zijn.
  • Een zoen of knuffel kan, maar seksuele handelingen horen nooit en nergens thuis in een sportomgeving, ook niet met wederzijdse toestemming, ook niet tussen leeftijdsgenoten.

 

6. De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.

Hierbij kan worden gedacht aan:

 

  • seksueel getinte opmerkingen en insinuaties, zoals grove taal en schuine moppen, onder het mom van 'dat moet kunnen';
  • het stellen van niet-functionele vragen - vaak onnodig in detail - over het seksleven van de sporter, bijvoorbeeld over masturbatie, frequentie en vormen van vrijen.
  • vermijden van  kwetsende opmerkingen over lichamelijke kenmerken van jonge sporters.
  • vermijden van  discriminatie en spottende opmerkingen in verband met seksuele voorkeuren.

 

 
7. De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en de ruimten waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.


Gereserveerd en met respect omgaan met de sporter betekent bijvoorbeeld dat:

  • de begeleider en de sporter bij voorkeur niet met z'n tweeën op reis gaan, maar met bijvoorbeeld een extra begeleider of meerdere sporters;
  • de begeleider en sporter in ieder geval niet op één kamer slapen;
  • de sporter bij voorkeur niet alleen thuis bij de begeleider wordt ontvangen.


Gereserveerd en met respect omgaan met de ruimtes waarin de sporter zich kan bevinden, betekent dat de sporter zich daar veilig moet voelen, zijn privacy gewaarborgd is en sociale controle niet is uitgesloten.

Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:

  • niet zonder aankondiging de kleedkamer of de hotelkamer betreden;
  • de deur open laten staan na het binnentreden, tenzij duidelijk is dat beiden behoefte hebben aan een zekere privacy;
  • gesprekken dan wel overleg met de sporter niet in de kleedkamer of de hotelkamer houden, maar in een niet-intieme ruimte. Een uitzondering wordt uiteraard gemaakt voor het coachen tijdens wedstrijden; dan is het veelal noodzakelijk zich ergens rustig terug te trekken.
  • altijd respectvol omgaan met de jonge sporter en met de ruimte waarin die zich bevindt.
  • het recht op privacy respecteren, met name in de toiletten, kleedkamers en douches en - tijdens reizen of oefenkampen - in de slaapkamers.
  • duidelijke regels maken in verband met omkleden, douchen en naaktheid  tussen alle deelnemers en ervoor zorgen dat alle betrokkenen ervan op de hoogte zijn.


8. De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie.

Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

Binnen zijn mogelijkheden heeft de begeleider de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van de sporter. De begeleider zal de daarvoor redelijke en noodzakelijke maatregelen moeten nemen ter voorkoming van lichamelijke en geestelijke schade en misbruik, veroorzaakt door seksuele intimidatie.

De begeleider zal moeten samenwerken met bijvoorbeeld jeugdconsulenten, vertrouwenspersonen of ouders of hen van informatie voorzien. De begeleider zal feiten van vertrouwelijke aard, aan hem toevertrouwd, te allen tijde dienen te respecteren. Er zullen slechts mededelingen aan derden worden gedaan - indien enigszins mogelijk in overleg met de sporter - wanneer de begeleider ervan overtuigd is dat de belangen van de sporter of zijn omgeving hiermee zullen zijn gediend.

9. De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen.

De begeleider aanvaardt ook geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding staan tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering Door vergoedingen dreigen de objectiviteit van het handelen en de onafhankelijke positie van de begeleider dan wel de sporter in het gedrang te komen. Hierdoor kan een voedingsbodem ontstaan voor seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels door iedereen die betrokken is bij de sporter worden nageleefd.

Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken. De begeleider heeft een voorbeeldfunctie. Hij zal maatregelen moeten nemen op het moment dat hij grensoverschrijdend gedrag constateert.

In eerste instantie dient hij de betreffende persoon erop aan te spreken. In tweede instantie het bevoegde gezag, dat wil zeggen het bestuur van een sportvereniging of sportbond of de directie daarvan. De sporter zal ook geholpen moeten worden. De begeleider kan hem bijvoorbeeld verwijzen naar een vertrouwenspersoon of hem helpen een klacht in te dienen.

11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

Dit betekent dat de begeleider ook alert moet zijn op gedragingen die niet direct seksueel intimiderend zijn, maar wel als grensoverschrijdend worden ervaren. Ook in dit geval dienen door hem passende maatregelen te worden genomen, zoals het aanspreken van de betreffende persoon.

12.Indien de begeleider seksueel gedrag tussen de sporters vaststelt, gaat hij na of aan alle zes voorwaarden voldaan is.

Zes criteria

Toestemming :Lichamelijk of seksueel gedrag is alleen oké als alle betrokkenen duidelijk akkoord gaan en zich er prettig bij voelen. Dat akkoord kan ook zonder woorden (impliciet) gebeuren. Om van een gezond seksueel contact te kunnen spreken, moeten beide partijen daar toestemming voor hebben gegeven. Maar om toestemming te kunnen geven, moet men oud, wijs of geïnformeerd genoeg zijn om te kunnen inschatten wat er precies gaat of kan gebeuren, wat de consequenties kunnen zijn en of het gebruikelijk is binnen een bepaalde groep of in de gegeven situatie. Toestemmen houdt bovendien meer in dan ja knikken op een simpel verzoek en mag niet verward worden met geen verzet plegen.

Vrijwilligheid :Er mag bij lichamelijk of seksueel gedrag geen dwang of druk zijn. Om van vrijwilligheid te kunnen spreken, mag er geen sprake zijn van een of andere vorm van dwang zoals geweld, chantage of groepsdruk. Aan een weigering mogen bovendien geen negatieve consequenties (zoals een niet -selectie) verbonden zijn. Een gezond seksueel contact gebeurt altijd op vrijwillige basis.

Gelijkwaardigheid :Lichamelijk en seksueel gedrag is alleen oké tussen gelijkwaardige partners. Om  van  een  gezond  seksueel  contact  te  kunnen  spreken,  moet  er  een  gelijkwaardige relatie  bestaan tussen de betrokkenen. Dat betekent dat er een zeker evenwicht moet zijn tussen beide partijen op vlak van onder andere leeftijd, kennis, intelligentie, aanzien, macht, levenservaring, maturiteit, status... Een trainer-sporter, bestuurslid-trainer, of scheidsrechter-sporter relatie is in principe altijd ongelijkwaardig.

Context :De regels voor seksueel gedrag verschillen volgens de situatie. Gezond lichamelijk of seksueel gedrag is aangepast aan de context: de situatie of omstandigheden. Zo zijn lichamelijke aanrakingen soms nodig, maar ze mogen nooit kwetsend, intimiderend zijn of de lichamelijke integriteit schaden.

Ontwikkeling: Seksueel gedrag dat niet past bij een bepaalde leeftijd of ontwikkelingsfase is niet oké.

Zelfrespect : Kinderen en jongeren mogen zichzelf of de ander door wat ze doen of door een situatie geen schade berokkenen

13. Discretieplicht

De discretieplicht is een afspraak tussen de organisatie en de vrijwilliger of werknemer.. Een medewerker is op basis van de vertrouwelijkheidsclausule in de vrijwilligers- of arbeidsovereenkomst gebonden door een discretieplicht. Dit betekent dat hij de informatie die hij krijgt via zijn activiteiten vertrouwelijk moet behandelen. Als hij de discretieplicht schendt, staat daar geen strafrechtelijke sanctie tegenover zoals bij het beroepsgeheim.

Schending van de discretieplicht kan enkel aanleiding geven tot tuchtrechtelijke sancties (waarschuwing, schorsing, ontslag...). Daarnaast gaat de discretieplicht niet zover als het beroepsgeheim, aangezien geen geheimhouding tegenover oversten en/of collega’s beloofd kan worden. Let wel: de discretieplicht geldt enkel ten aanzien van derden, maar kan niet ingeroepen worden tegenover gerechtelijke instanties.

Indien de begeleider weet heeft van seksueel grensoverschrijdend gedrag zal hij alle maatregelen nemen om het grensoverschrijdende gedrag te stoppen en het slachtoffer alle ondersteuning bieden op medisch en psychisch vlak.

Seksueel  grensoverschrijdend  gedrag  of  misbruik  kan  niet  alleen  voorkomen  tussen  een  sporter  en  een volwassene  (trainer,  begeleider,  scheidsrechter,...),  maar  ook  tussen  twee  jonge  sporters  en  tussen  twee volwassen sporters. Als de begeleider signalen opmerkt die hem ongerust maken, is het raadzaam om daar eerst met de sporter over te spreken. Als de begeleider zich niet in staat voelt om zo’n gesprek aan te gaan, zal hij overleg plegen met een andere begeleider of leidinggevende. Dit zal steeds in alle discretie gebeuren. Indien er een vertrouwenspersoon in de clubs is, zal deze aangesproken worden.

Indien het vermoeden van seksueel grensoverschrijdend gedrag bevestigd wordt, zal hij maatregelen nemen opdat het mogelijke overschrijdende gedrag zal stoppen en daarnaast zijn direct leidinggevende of de vertrouwenspersoon van de club discreet inlichten over de mogelijke feiten.  In overleg zullen stappen ondernomen worden opdat het mogelijke grensoverschrijdende gedrag stopt en indien er ernstige aanwijzingen zijn, zullen in overleg verdere hulpverleningsinstanties en gerechtelijke instanties ingeschakeld worden. De begeleider zal in deze gevallen geen stappen ondernemen die de mogelijke dader(s), noch  mogelijke slachtoffer(s), noch het proces van verdere afhandeling van de mogelijke grensoverschrijdende handelingen kunnen benadelen.

14. Hulp bieden/meldingsplicht

Artikel 422bis van het Belgische Strafwetboek beschrijft de algemene hulpverleningsplicht van elke burger. Wie aan die plicht verzaakt, kan veroordeeld worden voor schuldig verzuim. Alle burgers, dus ook houders van het beroepsgeheim, zijn verplicht om hulp te bieden aan een medeburger in nood, indien:

 

  • ze zelf hebben vastgesteld dat deze persoon in groot gevaar verkeert of deze toestand hen werd beschreven door degenen die hun hulp inroepen (tenzij ze, op grond van de omstandigheden waarin ze werden verzocht om te helpen, konden geloven dat het verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan verbonden was);
  • ze kunnen helpen zonder ernstig gevaar voor zichzelf of voor anderen.

 

Men dient zelf hulp te verlenen of door tussenkomst van een derde hulp verschaffen (vb. een gespecialiseerde hulpverlener ter hulp roepen).

In overleg met de leidinggevende (niet met een leidinggevende die betrokken is in het seksueel grensoverschrijdend gedrag) zal in voorkomend geval de begeleider melding doen bij de dienst www.1712.be

Van 9 uur tot 17 uur kan iedereen op het gratis nummer 1712 terecht met vragen en meldingen van elke vorm van geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vermoedens en meldingen van geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag worden er discreet behandeld. Medewerkers van de vertrouwenscentra kindermishandeling (VK) en de centra algemeen welzijnswerk (CAW) zullen op zeven plaatsen in Vlaanderen mensen te woord staan. Via een doorschakelsysteem komt de beller terecht bij een meldpunt in zijn regio. Van elke telefoon wordt een meldingsdossier opgemaakt. Als een melding dringend is, kan het meldpunt meteen doorverwijzen naar de gepaste hulpverlening of indien nodig het parket.

 

Getekend door alle betrokkenen
Sportbegeleider
Naam :

Handtekening :

Voor kennisname vanwege de sportclub/sportorganisatie

Naam  en functie 

 

Handtekening:

 

 

Trefwoord: